Tips voor het theorie-examen auto: zo voorkom je onnodige fouten

Mehmet Karabulut, 11 oktober 2026, 6 minuten lezen
Een rood fietspad met witte pijlen en fietssymbolen bij een kruispunt met verkeerslichten

Tips voor je CBR theorie-examen auto: lees de vraag precies, ken de voorrangsregels en de afstanden bij stilstaan en parkeren, en oefen met hele examens.

Laatst bijgewerkt: 11 oktober 2026

Samenvatting

  • Je mag 6 van de 50 examenvragen fout hebben; de 2 testvragen tellen niet mee.
  • Lees de vraag helemaal en let op woorden als 'mag', 'moet', 'altijd' en 'nooit'.
  • Aanwijzingen gaan voor alles, verkeerslichten voor voorrangsborden en haaientanden, verkeerstekens voor de regels.
  • Leer de afstanden voor stilstaan en parkeren: 5 meter bij een kruispunt of oversteekplaats, 12 meter bij een bushalte.
  • Oefen met volledige oefenexamens en lees de uitleg bij elke fout.

Bij het theorie-examen auto mag je maar 6 van de 50 examenvragen fout hebben. Een fout zit soms niet in de regel, maar in het lezen: je leest de vraag te snel of je haalt twee regels door elkaar. Met deze tips lees je beter, ken je de regels die vaak verwarring geven en oefen je slimmer.

Lees wat er staat, niet wat je verwacht

Lees eerst de hele vraag en kijk daarna pas naar de antwoorden. Let op kleine woorden die de vraag bepalen: 'mag' is iets anders dan 'moet', en 'altijd' of 'nooit' laat weinig ruimte. Kijk ook goed naar de afbeelding. Staat er een bord, liggen er haaientanden, zie je een fietspad?

In sommige vragen zie je een witte auto van het CBR. Dan stel je je voor dat jij de bestuurder van die auto bent. Ga er verder van uit dat de andere weggebruikers zich aan de regels houden en dat de weg en het weer normaal zijn, tenzij de vraag of de afbeelding iets anders laat zien. Bedenk dus geen extra gevaren die je niet ziet.

Welke regel gaat voor?

Veel vragen over voorrang worden makkelijker als je weet welke regel het zwaarst weegt. Die volgorde staat in het RVV 1990:

  1. Aanwijzingen van bijvoorbeeld de politie of een verkeersregelaar gaan voor alles.
  2. Verkeerslichten gaan voor de verkeerstekens die de voorrang regelen.
  3. Verkeerstekens, zoals borden en haaientanden, gaan voor de verkeersregels.
  4. De verkeersregels gelden als er niets anders is.

De belangrijkste verkeersregel voor kruispunten: je verleent voorrang aan verkeer dat van rechts komt. Er zijn twee uitzonderingen. Wie van een onverharde weg komt, verleent voorrang aan verkeer op een verharde weg. En iedereen verleent voorrang aan de tram.

Haaientanden betekenen dat je voorrang verleent aan het verkeer op de kruisende weg. Zie je haaientanden aan jouw kant, dan geldt 'rechts gaat voor' daar dus niet. Meer over voorrang op rotondes lees je in voorrang op de rotonde.

Getallen die je zeker moet kennen

Een deel van de vragen vraagt om een getal: een snelheid of een afstand. Die getallen kun je gewoon leren.

Regel Getal
Maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/u
Maximumsnelheid buiten de bebouwde kom 80 km/u
Maximumsnelheid op de autoweg 100 km/u
Maximumsnelheid op de autosnelweg 130 km/u
Maximumsnelheid op een erf 15 km/u
Niet stilstaan bij een oversteekplaats op de oversteekplaats en binnen 5 meter ervan
Niet stilstaan bij een bushalte binnen 12 meter van het haltebord, als er geen markering is
Niet parkeren bij een kruispunt binnen 5 meter van het kruispunt

Let op: dit zijn de algemene regels. Geven borden een andere snelheid aan, dan gelden de borden. Een bord gaat boven een verkeersregel.

Stilstaan of parkeren?

Dit onderscheid levert veel twijfel op. Parkeren is je auto laten stilstaan langer dan nodig is om meteen passagiers te laten in- of uitstappen of om meteen goederen te laden of te lossen. Wie even iemand laat uitstappen, staat dus stil en parkeert niet.

Op sommige plekken mag je helemaal niet stilstaan, ook niet even. Bijvoorbeeld op een kruispunt of een overweg, op een fietsstrook, in een tunnel en langs een doorgetrokken gele streep. Op andere plekken mag je wel even stilstaan, maar niet parkeren. Bijvoorbeeld voor een in- of uitrit en langs een onderbroken gele streep.

Een handig ezelsbruggetje: doorgetrokken geel is strenger dan onderbroken geel. Bij een doorgetrokken lijn mag je niet stilstaan, bij een onderbroken lijn mag je niet parkeren.

Telefoon en rijhulpsystemen

Tijdens het rijden mag je geen mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Dat geldt voor je telefoon, maar ook voor een tablet of navigatiesysteem in je hand.

Sinds 1 oktober 2026 gaan de vragen over rijhulpsystemen (ADAS) over gewenst rijgedrag. Het CBR wil weten of je die systemen goed gebruikt en of je zelf de baas blijft over de auto. Een systeem als cruise control helpt je, maar jij blijft verantwoordelijk. Lees er meer over in ADAS-vragen op het theorie-examen.

Oefen slim, niet alleen veel

Veel vragen maken helpt, maar alleen als je van je fouten leert. Zo haal je meer uit elke oefensessie:

  • Lees de uitleg bij elke fout. Begrijp waarom het goede antwoord klopt, zodat je de regel kunt toepassen in een andere situatie.
  • Leer geen antwoorden uit je hoofd. In het examen krijg je andere vragen dan in je oefenmateriaal.
  • Oefen per onderwerp. Zie je dat je steeds fout gaat bij voorrang of bij stilstaan en parkeren, oefen dan eerst dat onderwerp.
  • Doe volledige oefenexamens. Het examen heeft 50 examenvragen en 2 testvragen in 30 minuten. Dat is ruim een halve minuut per vraag. Oefen in dat tempo, zodat je op de examendag niet in tijdnood komt.
  • Mik hoger dan 44. Haal je in oefenexamens steeds ruim meer, dan kun je op de examendag een paar lastige vragen missen.

Hoeveel fouten je bij elk examen mag maken, staat op hoeveel fouten mag je maken. Hoe het examen verder werkt, lees je in het CBR-theorie-examen auto: zo werkt het.

Belangrijke begrippen

Aanwijzing
Een teken of opdracht van bijvoorbeeld een politieagent of verkeersregelaar; die gaat boven borden, verkeerslichten en regels.
Haaientanden
Witte driehoeken op de weg die betekenen dat je voorrang verleent aan het verkeer op de kruisende weg.
Stilstaan
Je auto laten staan, bijvoorbeeld om iemand te laten in- of uitstappen.
Parkeren
Je auto langer laten staan dan nodig is om meteen passagiers te laten in- of uitstappen of goederen te laden of te lossen.
Erf
Een gebied waar voetgangers de hele weg mogen gebruiken en je niet harder rijdt dan 15 km/u.
RVV 1990
Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, de wet met de verkeersregels die je voor het examen leert.

Veelgestelde vragen

Hoeveel fouten mag je maken bij het theorie-examen auto?

Je mag 6 van de 50 examenvragen fout hebben. Met 44 of meer goed ben je geslaagd. De 2 testvragen tellen niet mee.

Zitten er strikvragen in het theorie-examen?

Of je ze strikvragen noemt of niet: in veel vragen beslist een detail, zoals een bord, haaientanden of één woord in de vraag. Wie de vraag en de afbeelding precies leest, maakt minder fouten.

Hoeveel tijd heb je per vraag?

Je hebt 30 minuten voor 52 vragen: 50 examenvragen en 2 testvragen. Dat is ruim een halve minuut per vraag. Blijf niet te lang hangen bij één vraag.

Wat is het verschil tussen stilstaan en parkeren?

Parkeren is je auto laten staan langer dan nodig is om meteen passagiers te laten in- of uitstappen of goederen te laden of te lossen. Iemand laten uitstappen is dus stilstaan, geen parkeren.

Hoe weet ik dat ik klaar ben voor het examen?

Haal je in volledige oefenexamens een paar keer achter elkaar ruim meer dan 44 goed, dan ben je goed op weg. Een oefenscore is wel een indicatie en geen garantie dat je slaagt.

Gratis account

Bewaar je voortgang met een gratis account

Met een gratis account bewaar je wat je al geoefend hebt en ga je verder waar je gebleven was.

  • Je voortgang wordt bewaard
  • Een gratis oefenexamen om mee te beginnen
  • Verder op je telefoon en je computer
  • Eén account voor de website en de app

Geen betaalgegevens nodig. Pas als je een pakket kiest betaal je, eenmalig en zonder abonnement.

Gratis oefenexamen autoBekijk de pakketten voor Auto

Bronnen

Over de auteur

Mehmet Karabulut

Oprichter bij Neovant B.V.